Kunnen inwoners van Haarlemmermeer genoeg hun stem laten horen? Ja, ze kunnen eens in de vier jaar stemmen. En ja, ze kunnen meedoen aan de officiële participatie. Maar vaak is dat alleen maar inspraak als de plannen al min of meer in kannen en kruiken zitten. Het leidt vaak tot veel frustratie bij inwoners, die dan het gevoel hebben dat er óver hen beslist wordt, maar niet mét hen.

Zou dat niet anders kunnen, vroeg Eline Gumbert, verbonden aan de GroenLinks-afdeling in de gemeente, zich af. Ze stak daarvoor onder andere haar licht op bij collega-afdelingen in Amsterdam, Haarlem en het Gelderse Rheden, waar ze momenteel ervaringen opdoen met een instrument dat ‘Burgerberaad’ genoemd wordt, ‘meer dan een inspraakavond, beter dan een referendum’, zoals de Correspondent het al eerder doopte.

Maandagavond 21 februari vond er een drukbezocht webinar over plaats, waar betrokken raadsleden uit genoemde gemeentes enthousiast over hun ervaringen tot nu toe vertelden. Wat daarbij opviel: er is niet één recept voor een goed burgerberaad. Overal is de opzet en zijn de ervaringen anders. Maar aan de andere kant: het lijkt tegelijk overal een instrument dat de groeiende kloof tussen inwoner en politiek kan helpen verkleinen.

Wat doet een Burgerberaad?

Eerst even kort wat uitleg: wat doet een Burgerberaad precies? Meestal gaat het om een groep burgers, die op een of andere manier van (gewogen) loting tot stand komt, en die door de politiek wordt gevraagd om hulp bij een bepaald probleem. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we als gemeente tegen 2040 klimaatneutraal worden? De groep krijgt vervolgens de middelen (tijd en zo nodig geld) om daarover te vergaderen en kennis op te halen, en komt daarna met een advies naar de gemeenteraad. Die - als het goed is – natuurlijk zoveel mogelijk van die adviezen overneemt.

‘Een Burgerberaad kan nooit door één partij worden georganiseerd’, legt Gumbert uit. ‘En doordat je deelnemers breed uitnodigt en vervolgens loot, voorkom je dat je alleen de groep aanspreekt die toch altijd al meedoet. Je krijgt zo juist allerlei verschillende mensen door elkaar. Die mensen die geloot zijn krijgen informatie, en kunnen ook zelf bepalen van wie ze informatie willen horen. Ook kritische informatie is welkom. En alle informatie is openbaar, zodat ook mensen die niet deelnemen kunnen kijken: waar hebben ze het eigenlijk over? Aan het eind wordt ook verteld hoeveel deelnemers de aanbeveling aan de gemeenteraad níet steunen. Op die manier kun je niet alleen nieuwe oplossingen vinden voor moeilijke problemen, maar tegelijkertijd ook meer draagvlak en meer vertrouwen tussen politiek en burgers creëren.’

Verschillende geluiden gehoord

In de proeven die hiermee al in den lande worden gedaan, blijkt die theorie ook in de praktijk redelijk uit te komen. Zoals in Amsterdam, waar het afgelopen jaar een ‘mini-burgerberaad’ werd georganiseerd rondom de vraag om aanbevelingen om de klimaatdoelen te kunnen halen. Zo’n 2.000 Amsterdammers werden hiervoor aangeschreven, wat leidde tot 240 positieve reacties, en uiteindelijk niet alleen 100 deelnemers, maar in november ook nog eens tot 26 aanbevelingen aan de gemeenteraad.

Imane Nadif, raadslid uit Amsterdam, kijkt er zeer enthousiast op terug. ‘Het geeft een genuanceerd beeld van wat mensen vinden’, zegt ze. In Amsterdam is de afgelopen jaren veel protest geweest tegen bijvoorbeeld windmolens in het IJ. Maar in het Burgerberaad bleek toch dat veel mensen de noodzaak hiervan inzien. ‘Je ziet dat hier verschillende geluiden uit de stad gehoord worden, en er zo een gezamenlijk standpunt ontstaat’, aldus Nadif. Zelf vond ze het voorstel voor een klimaatburgemeester ‘heel tof’. ‘Als we te maken hebben met noodtoestanden, is het bijvoorbeeld handig om daarvoor een aparte klimaatburgemeester te hebben.’ Al met al ‘een heel positieve eerste ervaring’, blikt ze terug.

“ Zo wordt het proces écht bottom-up in plaats van een praatje van de wethouder waarbij je een paar komma’s kunt verzetten. ”

Praktische vraag

Een ervaring die ook Tim Endeveld hoopt straks te kunnen delen. Maar zover is hij nu nog niet, als fractievoorzitter van GroenLinks in de Gelderse gemeente Rheden, waar het eerste Burgerberaad nog moet beginnen. ‘Bij ons is het Burgerberaad voortgekomen uit een praktische vraag’, vertelt hij. ‘De gemeente Rheden wil klimaatneutraal zijn in 2040. Maar wij vinden vooral zelf dat we de mooiste gemeente van Nederland zijn. En dat is niet zo handig als je aan de gang wil met grootschalige opwek van duurzame energie. Zo zijn we op het idee van een Burgerberaad gekomen, om zo toch te zoeken naar een besluit dat op voldoende draagvlak kan rekenen. En dat is het mooie van een Burgerberaad. Niet alleen dat je draagvlak creëert, maar ook dat mensen, zodra ze eenmaal hebben meegedraaid, meer begrip krijgen, en een besluit ook meer diepte kan krijgen.’

De gemeente Rheden nodigt in totaal 10.000 mensen uit, ongeveer een kwart van de bevolking. ‘We hopen dat 313 mensen daarvan overblijven. En we nodigen, naast een aantal ‘vrijdenkers’ ook een aantal politici en ambtenaren uit om mee te doen. Ik vind dat spannend, maar ook briljant. Want zo heb je in één keer iedereen aan tafel.’

Uiteindelijk moet 62,5% van het Burgerberaad bestaan uit ‘gewoon de inwoners’, zoals Endeveld het noemt. ‘Zij zijn de basis. En als je deze groep niet meeneemt komen ze later inspreken. Dan kun je ze veel beter vanaf het begin af aan betrekken. En niet alleen laten participeren, op woensdagmiddag, tussen 5 en 7, zoals het nu vaak gaat.’ Zo wordt het proces écht bottom-up, zegt hij. ‘In plaats van een praatje van de wethouder waarbij je een paar komma’s kunt verzetten.’

In april moet het Burgerberaad in Rheden van start gaan, in december moet er een antwoord liggen op de vraag hoe de gemeente in 2040 klimaatneutraal kan zijn. Wat Endeveld daarbij zelf het spannendst vindt? ‘De gemeenteraad heeft zich nog niet uitgesproken over hoe hij met de uitkomsten zal omgaan. Ik ben eerlijk gezegd heel benieuwd. En ja, dat geldt ook voor hoe ik zelf zal reageren. Gelukkig is de ervaring met burgerberaden tot nu toe dat ze meestal veel groener durven te denken dan gemeenteraden. Ze zijn denk ik minder bang om achterban kwijt te raken.’

Tegengaan van polarisatie

In Haarlem is dat overigens anders. Daar heeft de gemeenteraad al uitgesproken dat ze het advies van het Burgerberaad zullen overnemen ‘als 70% het advies steunt’, vertelt kandidaat-raadslid Janneke Barten.

In december nam de Haarlemse gemeenteraad een initiatiefvoorstel aan om te gaan experimenteren met een Burgerberaad. Bedoeling is dat uit die pilot voldoende geleerd wordt ‘om er ook een gemeentelijke verordening van te maken’, aldus Barten, ‘zodat er een blauwdruk ontstaat, en het een geaccepteerde werkvorm wordt. Dat is ook de reden dat iemand vanuit de VNG meedraait, met de bedoeling dat straks ook andere gemeentes ermee aan de slag kunnen.’

Volgens Barten kan een Burgerberaad ook helpen met ‘het tegengaan van polarisatie’ in de samenleving. ‘Je brengt mensen met verschillende achtergronden met elkaar in contact en gebruikt technieken die ook bij mediation gebruikt worden. Zo kun je wantrouwen richting de politiek wegnemen’, hoopt ze.

In Haarlem is het onderwerp van het Burgerberaad nog niet bepaald. ‘Ik vind zelf de vraag hoe we CO2-neutraal kunnen worden heel geschikt. Maar je kunt je ook voorstellen dat je iets doet rond de vastgelopen woningmarkt. Als het maar een onderwerp is dat de hele stad aangaat, en niet één bepaalde wijk of zo. En ook dat er nog iets te beslissen valt, en dat het niet alleen een ja/nee-kwestie is, zoals bij een referendum, maar dat er ook ruimte is voor ideeën van de groep.’

Het anti-referendum

Het Burgerberaad is in die zin wel een echte tegenhanger van zo’n andere klassieker in het repertoire van democratische vernieuwing: het referendum. Waar een referendum inderdaad altijd een versimpeling is tot een ja of een nee, en zelden tot een alternatief leidt, biedt het Burgerberaad juist veel meer kans op nieuwe inzichten.

Een mening die ook gedeeld bleek te worden door Hans Westrik, die in Schagen als inwoner zelf een Burgerberaad op de agenda wist te zetten. ‘Een referendum is zwart/wit’, zegt hij. ‘Een Burgerberaad geeft veel meer ruimte voor grijstinten. En je wilt er geen mensen mee van het pluche stoten, maar je wilt juist dat ze ondersteuning krijgen vanuit de burger om het pluche waar te maken. Je gebruikt de bevolking in de volle breedte’, zegt hij. ‘Het is geen vervanging van een referendum, maar juist een preferendum, zoals grondlegger David Van Reybrouck het noemt. Het is geen versimpeling van een vraagstuk, maar juist een manier om draagvlak te creëren waarvan je kunt smullen.’

Hetgeen de aanwezigen deed besluiten: dit is een instrument dat ook in Haarlemmermeer zeker het overwegen waard is, om de kloof tussen politiek en inwoner te verkleinen, en samen te werken aan een mooie gemeente, die klaar is voor de toekomst. Al waarschuwde Westrik wel om te waken voor té veel enthousiasme. ‘Want als het de eerste keer niet lukt, dan ben je voor een generatie uitgewerkt.’