In de afgelopen tien jaar zijn gelukkig veel mensen zich bewust geworden hoe fout en hoe afschuwelijk die slavernij was. Dat het heeft kunnen gebeuren dat medemensen eigendom konden worden van andere mensen. Dat er eeuwenlang een schrikbewind gevoerd is om mensen in slavernij te houden. Maar ook hoe mensen kracht vonden om op te staan tegen slavernij.
Als kind heb ik in de geschiedenislessen nauwelijks iets gehoord over Nederland en slavernij, terwijl met grote trots gesproken werd over de zogenaamde Gouden Eeuw met de Oost en West Indische Compagnie. En ook mijn kinderen hebben weinig van de schandelijke praktijken van Nederland gehoord als het om slavernij ging. Bij mijn kleinkinderen merk ik dat ze er meer over horen. En toen ik met hen naar de gouden koets ging kijken met het tafereel van donkere mensen, die het Nederlandse staatshoofd met grote eerbied en in grote nederigheid gaven aanbieden en zei: “Er zijn mensen, die vinden, dat wat je daar op de gouden koets ziet niet meer kan. Weten jullie waarom?” Toen zei mijn kleinzoon van acht (uit het diepst van zijn hart): “Dat is racisme”.
De koning liet nog in het midden of de gouden koets met dat paneel weer op Prinsjesdag door Den Haag zal gaan. Ik denk en hoop, dat dit niet meer zal gebeuren. We moeten een heel andere kijk krijgen op onze geschiedenis en onze gebruiken. Er is de afgelopen jaren gelukkig een goede aanzet gegeven. Er zijn slavernijmonumenten opgericht met jaarlijkse herdenkingen. Tentoonstellingen, boeken, theaterstukken en documentaires gemaakt. Zwarte Piet is na pijnlijke discussies in de meeste plaatsen roetveegpiet geworden. Anton de Kom is opgenomen in de Nederlandse geschiedenisboeken. Elke Nederlander zou kennis moeten nemen van zijn leven en zijn boek “Wij slaven van Suriname”, waarin hij zo indringend schetst welke wandaden door Nederlanders in Suriname verricht zijn, maar ook hoe krachtig het verzet geweest is tegen de slavernij. De drie stoere zuilen, van ons Haarlemmermeerse slavernijmonument getuigen daar iedere dag van. Bonni, Baron en Joli Couer, drie dappere vrijheidsstrijders, die hun leven offerden voor het vrij maken van slaafgemaakten. En wat mij betreft zou er ook nog een zuil bij kunnen komen om Tula, die dappere strijder van Curaçao, die ook zo vreselijk aan zijn eind kwam door Nederlandse rechters en het Nederlandse bestuur. Wat zou het ook goed zijn, als er, in onze gemeente, net als naar verzetsmensen uit de oorlog, straten genoemd zouden worden naar mensen, die zich inzetten voor de afschaffing van de slavernij. Jammer, dat dit niet gaat gebeuren in de nieuwe wijk Lincolnpark, genoemd naar de Amerikaanse president, die de slavernij afschafte. Maar er komen nog kansen genoeg. Het is ook goed, om als gemeente Haarlemmermeer te onderzoeken hoe veel van de financiering van de droogmaking en aankoop van land te danken is aan geld verdiend door slavenhouders (In de Gids “Slavernijverleden Nederland” van D. Hondius e.a uit 2019 staat op p. 82 in Haarlemmermeer een aanduiding voor 1-9 gecompenseerde slavenhouders).
Het heeft lang geduurd, voor de Nederlandse regering excuses aanbood voor het Nederlandse slavernijverleden. Eind vorig jaar kwamen die excuses. En zei onze minister president terecht: “Excuses zijn geen punt, maar een komma”. 1 juli 2023-1 juli 2024 is door de Nederlandse overheid uitgeroepen tot Herdenkingsjaar Slavernijverleden, zodat wij hier vandaag aan het begin staan van een jaar van bezinning over hoe wij als samenleving met het slavernijverleden verder moeten met vragen als: Hoe heeft het kunnen gebeuren, dat mensen verhandeld werden als slaven. Gezinnen uit elkaar gerukt. Maandenlange reizen in volgepakte slavenschepen over de oceaan met vele doden, ziektes en verminkingen. Honger en dorst bij mensen, die elkaar niet verstonden en in een totaal andere wereld aankwamen waar ze op een markt verkocht werden. Vreselijke martelingen als ze in opstand kwamen, niet hard genoeg werkten of gepakt, na gevlucht te zijn.
Dat heeft alleen gekund, omdat zwarte mensen, niet als mens gezien werden, maar als koopwaar.
We staan voor de vraag hoe we kunnen bijdragen aan herstel, verwerking en heling van het slavernijverleden. Hoe we af kunnen rekenen met het in onze samenleving voortwoekerende racisme en de grote ongelijkheid. De activiteiten rondom ons slavernijverleden van de afgelopen maanden moeten daarom een vervolg krijgen. Goed om volgend jaar met Keti Koti daar op terug te kijken. Keti Koti dat net als 5 mei een vrije dag zou moeten worden om te gedenken en te vieren door alle Nederlanders. Want het gaat om onze gezamenlijke geschiedenis en alleen een volk dat haar verleden kent kan werken aan haar toekomst.
Geïnspireerd door woorden van de overleden burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan:
“Zorg goed voor onze stad en voor elkaar” wil ik eindigen met enkele dichtregels van Michael Steehouder:
Goed te zorgen voor elkaar,
licht en donker als wij zijn,
met geduld en mededogen
zien naar wie zijn neergebogen
en van wie verloren gaan
alle stil verdriet verstaan.
Goed te zorgen voor elkaar,
zo verborgen als wij zijn,
een te wezen met zovelen
en gebroken levens helen.
Leo Mesman.